Chronische pijn behandeling volgens Chronisch Pijn Protocol

U ervaart pijn. Als deze pijn langdurig aanwezig is, kan het een eigen leven gaan leiden, met grote gevolgen voor uw dagelijkse functioneren. In veel gevallen brengt pijn ook grote onzekerheid met zich mee. U vraagt zich af: hoe moet ik er mee omgaan? Waar doe ik goed aan nu de pijn mijn leven lijkt over te nemen?

Wat is chronische pijn?

Pijn is een waarschuwing van het lichaam. Er is iets niet in orde en daar moet iets aan gedaan worden. Acute pijn heeft meestal een duidelijke oorzaak, bijvoorbeeld een verwonding of infectie. Na een tijdje rust of behandeling van de oorzaak, gaat deze pijn weer over. Acute pijn is dus nuttig. Pijn kan echter ook chronisch worden. We spreken van chronische pijn, wanneer pijnklachten langer dan 3 maanden blijven bestaan, terwijl de oorzaak van de pijn verdwenen is. De pijn heeft dan geen waarschuwingsfunctie meer en er is geen één op één relatie (meer) met het oorspronkelijke letsel.

Gevolgen van chronische pijn

De pijn gaat als het ware een eigen leven leiden, met gevolgen voor het dagelijks leven. U gaat bijvoorbeeld bepaalde bewegingen vermijden uit angst voor de pijn, omdat deze als acute pijn blijft aanvoelen. Of u bijt zich juist door de pijn heen, wat bij heftige pijn moeilijk of niet vol te houden is.

Behandeling

Gestart wordt met het in kaart brengen van de oorzaken van uw pijn, uw ervaring van de pijnklachten en hoe u hiermee omgaat. Samen met uw therapeut stelt u vervolgens haalbare doelen op. Uitgangspunt hierbij is dat u weer grip op uw klachten krijgt en uw kwaliteit van leven verbetert.

Tijdens de behandeling is uw oefentherapeut als het ware uw coach. Samen met de oefentherapeut gaat u met uw eigen doelen aan de slag. Deze doelen richten zich op het verbeteren van die vaardigheden die voor u belangrijk zijn. Voor de een betekent dit ‘normaal leven en werken’ en voor de ander ‘beter omgaan met spanningen’.

“Ik was altijd gewend dat ik te horen kreeg wat ik, moest doen en nu moest ik ineens zelf meedenken. Was dat niet de taak van de deskundige? Maar het bleek voor mij te werken. Ik ken mijn eigen lichaam het best. Ik weet wat ik wel en kan en de oefentherapeut speelt daar op in.” – Patiënt J. de V.